1. El verbo saber y poder - het werkwoord weten en kunnen
Poder en saber kunnen in het Nederlands allebei met ‘kunnen’ vertaald worden. Saber wordt gebruikt bij vaardigheden en kennis, poder bij mogelijkheden en toestemming.
a. Saber: wordt gebruikt bij vaardigheden en kennis.
Bijvoorbeeld bij een muziekinstrument bespelen.
¿Sabes tocar el piano? – kun je piano spelen?
b. Poder: wordt gebruikt bij mogelijkheden en toestemming
Voorbeeld:
¿Puedo ir al baño? – mag ik naar de wc?
1.1. Conjugación del verbo irregular saber - weten