Hoofstuk 1 (A2) Module 9

1. El verbo saber y poder - het werkwoord weten en kunnen

Poder en saber kunnen in het Nederlands allebei met ‘kunnen’ vertaald worden. Saber wordt gebruikt bij vaardigheden en kennis, poder bij mogelijkheden en toestemming.

a. Saber: wordt gebruikt bij vaardigheden en kennis.
  • Bijvoorbeeld bij een muziekinstrument bespelen.
  • ¿Sabes tocar el piano? – kun je piano spelen?
b. Poder: wordt gebruikt bij mogelijkheden en toestemming
Voorbeeld:
  • ¿Puedo ir al baño? – mag ik naar de wc?

1.1. Conjugación del verbo irregular saber - weten

Saber – kunnen/weten

Yo ik
Sabes jij
Él
Ella
Sabe hij
Usted Sabe u (formeel en enkelvoud)
Nosotros
Nosotras
Sabemos wij (mannelijk en meervoud)
Vosotros
Vosotras
Sabéis jullie (mannelijk en meervoud)
Ellos
Ellas
Saben zij (mannelijk en meervoud)
Ustedes Saben u (formeel/zowel mannen als vrouwen bij elkaar)