Hoofstuk 1 (A2) Module 2
1. Los verbos ser, tener y llamarse- de werkwoorden zijn, hebben en (zich) heten.
De werkwoorden zijn, hebben en (zich) heten gebruiken we in het Spaans o.a. om mensen te beschrijven.
Deze werkwoorden vervoeg je net anders doordat ser en tener onregelmatig zijn en llamarse is in het Spaans wederkerend (heten, maar letterlijk vertaald zich heten)
- In het schema hieronder gaan we deze werkwoorden in de tegenwoordige tijd vervoegen. Alle onregelmatigheden kunnen jullie in het groen zien, de uitgangen in het rood en de stammen in het zwart. De vormen van zich vinden jullie terug in het blauw.
| - | SER | TENER | LLAMARSE |
|---|---|---|---|
| Yo - ik | Soy | Tengo | Me llamo |
| Tú - jij | Eres | Tienes | Te llamas |
| Hij - él, zij - ella, u - usted | Es | Tiene | Se llama |
| Nosotros/as - wij | Somos | Tenemos | Nos llamamos |
| Vosotros/as - jullie | Sóis | Tenéis | Os llamáis |
| Ellos/as - zij meerv, ustedes - u meervoud |
Son | Tienen | SE llaman |
We gaan nu een voorbeeld zien van hoe wij deze werkwoorden kunnen gebruiken om iemand te beschrijven.
Esta chica se llama Gabriela. Es de Ecuador. Gabriela tiene treinta y cinco años. Tiene el pelo negro y largo. Tiene los ojos marrones y una linda sonrisa. Gabriela es mi vecina, es peluquera y es muy simpática.
Dit meisje heet Gabriela. Zij komt uit Ecuador. Gabriela is vijf en dertig jaar oud. Ze heeft zwart en lang haar. Ze heeft bruine ogen en een mooie glimlacht. Gabriela is mijn buurvrouw, zij is kapster en is heel sympathiek.
SER gebruiken we dus om vaste eigenschappen te benoemen, om iets te beschrijven. Tener om te vertellen wat iemand of iets heeft en llamarse gewoon om de naam van iemand of iets door te geven.
2. Masculino/femenino- mannelijk/vrouwelijk.
In het voorbeeldtekst over Gabriela zien we een aantal woorden die op a eindigen: vecina y simpática. Deze woorden zijn allemaal vrouwelijk enkelvoud, ze horen bij Gabriela.
We gaan dus zien hoe je de bijvoeglijke naamwoorden moet vervoegen in het Spaans.
| Masculino singular - Mannelijk enkelvoud | Femenino singular - Vrouwelijk enkelvoud | Masculino plural - Mannelijk meervoud | Femenino plural - Vrouwelijk meervoud |
|---|---|---|---|
| Vecino - buurman | Vecina - buurvrouw | Vecinos - buurmannen | Vecinas - buurvrouwen |
| Simpátic o - sympathiek | Simpática - sympathiek | Simpáticos - sympathiek | Simpáticas - sympathiek |
Zoals jullie kunnen zijn heb je woorden in het Nederlands met maar een vorm voor alle personen maar in het Spaans moet je het meestal volledig vervoegen (4 verschillende vormen. Zowel mannelijk als vrouwelijk in het enkel en het meervoud).
Er zijn ook woorden in het Spaans die anders vervoegd worden. Dat zijn de woorden die eindigen op een -e of een medeklinker. We krijgen zelfs af een toe een medeklinker verandering in het meervoud. Hieronder zie enkele voorbeelden daarvan.
| Masculino singular - Mannelijk enkelvoud | Femenino singular - Vrouwelijk enkelvoud | Masculino plural - Mannelijk meervoud | Femenino plural - Vrouwelijk meervoud |
|---|---|---|---|
| Inteligente - slim | Inteligente - slim | Inteligentes - slim | Inteligentes - slim |
| Importante - belangrijk | Importante - belangrijk | Importantes - belangrijk | Importantes - belangrijk |
Azul - blauw
| Azul - blauw |
Azules - blauw |
Azules - blauw |
|
| Marrón - bruin | Marrón - bruin | Marrones - bruin | Marrones - bruin |
| Portugués - Portugees | Portuguesa - Portugees | Portugueses - Portugees | Portuguesas - Portugees |
| Feliz - gelukkig | Feliz - gelukkig | Felices - gelukkig | Felices - gelukkig |
3. Las profesiones-de beroepen.
De beroepen worden in het Spaans vervoegd op dezelfde manier als de bijvoeglijke naamwoorden. Er bestaan ook enkele uitzonderingen. We zien enkele voorbeelden in het schema hieronder:
| Masculino singular - Mannelijk enkelvoud | Femenino singular - Vrouwelijk enkelvoud | Masculino plural - Mannelijk meervoud | Femenino plural - Vrouwelijk meervoud | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Profesor - leraar | Profesora - lerares | Profesores - leraren | Profesoras - leraressen | ||||||||||
| Tendero - winkelier | Tendera - winkelier | Tenderos - winkeliers | Tenderas - winkeliers | ||||||||||
| Actor - acteur | Actriz - actrice | Actores - acteurs | Actrices - actrices | ||||||||||
| Presidente - president | Presidenta - presindet | Presidentes - preidents | Presidentas - presidents | ||||||||||
| Cantante - zanger | Cantante - zangeres | Cantantes - zangers | Cantantes - zangeressen | ||||||||||
| Taxista - taxichauffeur | Taxista - taxichauffeur | Taxistas - taxichauffeurs | Taxistas - taxichauffeuse | ||||||||||
| Masajista - masseur | Masjista - masseuse | Masajistas - masseurs | Masajistas - masseuses | ||||||||||
| Personen | Querer |
|---|---|
| Ik - yo | Quiero |
| Tú - jij | Quieres |
| Él - hij, ella - zij, usted - u | Quiere |
| Nosotros/nosotras - wij | Queremos |
| Vosotros/vosotras - jullie | Queréis |
| Ellos - zij mannelijk, Ellas - zij vrouwelijk, Ustedes - u meervoud |
Quieren |
